Wat weten ondernemers en politici nu over een AOV?

Eerlijk is eerlijk, de AOV ligt niet lekker in de markt. Uit onderzoek blijkt steeds weer dat ondernemers zich niet verzekeren. En dan zijn er nog de vooroordelen over arbeidsongeschiktheidsverzekeringen die leven onder ondernemers. Bovendien heeft de politiek vaak geen idee van de mogelijkheden tot verzekeren die er allemaal zijn.

Al deze zaken komen de populariteit van de AOV niet ten goede. Terwijl slechts circa 40% van alle ondernemers 12 maanden zonder inkomen kan. De rest is na 4 maanden zo goed als blut!.

Het is tijd om de feiten weer eens op een rij te zetten en de vooroordelen weg te nemen. Hopelijk zorgt dit voor wat zelfreflectie binnen ondernemend Nederland. Een passende AOV is namelijk een heel verstandige beslissing en de kosten hiervan zijn voor de meerderheid van de ondernemers prima te betalen.

1. Ik spaar zelf wel voor mijn inkomen als ik door ziekte of ongeval niet meer kan werken.

Goed idee, want verzekeren is immers risicomanagement. Je moet echter alleen het bedrag verzekeren dat je zelf niet kunt dragen. Dus maak de rekensom:

inkomen x 70% x aantal jaar tot 67e = benodigd kapitaal.

(als voorbeeld: man 45 jaar, inkomen € 60.000 x 70% = € 42.000 x 22 jaar = € 924.000 aan vermogen. bij 55 jaar is dit nog steeds € 504.000 aan vermogen.

2. Ik val wel terug op het inkomen van mijn partner.

Het maken van eigen keuzes en onafhankelijkheid staat in de top 3 van redenen om ondernemer te worden. En dit is allemaal belangrijk wanneer een ondernemer in goede gezondheid leeft.

Waarom dan deze redenen ineens laten vallen als je gezondheid je in de steek laat en je niet meer zelfstandig een inkomen kunt verdienen? Waarom ga je op het moment dat je op je kwetsbaarst bent ineens op de schouders van je partner leunen?

De nadelen van het terugvallen op je partner:

  • Veelal is het inkomen van de partner onvoldoende om het inkomen van het gezin op hetzelfde niveau te houden;
  • Je partner kan vaak niet meer uren gaan werken om inkomensverlies op te vangen;
  • Rekening houdende dat 1 op de 3 tot 4 huwelijken in Nederland stranden, kun je jezelf afvragen of dit zo’n verstandige beslissing is.

3. Verzekeraars keren toch niet uit

Hier komt altijd wel iemand mee op de proppen. Het zijn altijd verhalen van horen zeggen en de exacte situatie, zoals de uitgangspunten van de betreffende polis, zijn onbekend.

Uit onderzoek binnen de eigen portefeuille van aovXL blijkt het niveau van uitkeringen rond de 98% te liggen. De resterende 2% was het gevolg van het verstrekken van onjuiste informatie (verzwijging), betalingsachterstanden, verzekerden die nog binnen de eigen risicotermijn vielen en uitkeringen die nog in behandeling waren.

Dit laat weer eens zien dat negatieve informatie graag doorverteld wordt, ook al is er geen feitelijke onderbouwing voor.

4. De verzekering is zo duur.

Wat is duur? Duur is geen waardeoordeel, maar een beleving. Het huren van een huis voor twee weken zomervakantie à € 2.300,-, is dat duur? Kennelijk niet, want veel zelfstandigen betalen dit zonder morren, maar hun financiële zekerheid regelen voor circa € 120,- per maand is ineens te duur…

‘Te duur’ heeft met drie zaken te maken. Het stellen van prioriteiten, een realistische kijk op inkomen bij arbeidsongeschiktheid en met kennis over het product, oftewel: ‘wat krijg ik ervoor terug?’.

Gemiddeld ligt een premie voor een kenniswerker op 3 tot 6% van de omzet. Dit is circa 2 declarabele uren per maand oftewel circa € 8,- per dag. Is dit veel? Een werknemer in loondienst betaalt gemiddeld meer premie voor een slechtere dekking!

Conclusie: verdiep je er goed in

In Nederland is het voor ondernemers goed geregeld als het om arbeidsongeschiktheid gaat. Er is een scala aan oplossingen die voor elk wat wils bieden. Maar dan moet de ondernemer zich wel goed laten informeren en zich ook enigszins hierin verdiepen.

Wij hopen dat dit artikel aanzet tot zelfreflectie en verdieping bij een ieder die in het speelveld betrokken is. Zolang de politiek en ondernemers te weinig kennis van de mogelijkheden hebben, zullen in onderzoeken en discussies de vier genoemde fabels altijd overeind blijven staan en daar wordt niemand wijzer of beter van.